Vloerverwarming & vloerkoeling

  • Geplaatst op
  • Door Hans van Rooij
  • Geplaatst in Vloerverwarming
Vloerverwarming & vloerkoeling

Steeds meer woningen worden voorzien van vloerverwarming, eventueel in combinatie met vloerkoeling. Zowel houten vloeren, PVC vloeren als laminaatvloeren kunnen probleemloos worden gelegd op vloeren die uitgevoerd zijn met deze verwarmingssystemen. Naast de stabiliteit van de vloer zijn enkele aandachtspunten belangrijk.

De isolatiewaarde van de vloer (ook wel warmteweerstandswaarde of Rc-waarde genoemd) is bepalend voor het rendement van de vloerverwarming. Des te lager deze waarde is des te hoger is het rendement. Voor vloerverwarmingssystemen als bijverwarming mag de maximale warmteweerstand  0,18 m2K/W zijn.  Voor vloerverwarming als hoofdverwarming mag dit maximaal 0,15 m2K/W zijn. Systemen die geschikt zijn voor zowel vloerverwarming als vloerkoeling mogen een maximale warmteweerstand hebben van 0,10 m2K/W.

De isolatiewaarde van zowel de vloer als de ondervloer zijn bepalend voor de totale isolatiewaarde. Deze waardes dienen dan ook bij elkaar opgeteld te worden. Hoe hoger deze waarde is des te nadeliger voor de vloerverwarming/vloerkoeling.

Voordat een nieuwe vloer gelegd wordt is een opstookprotocol sterk aan te raden. Dit is nodig om eventuele spanningen en restvochtpercentage uit de dekvloer te halen.
Een opstookprotocol houdt in dat de vloerverwarming langzaam (circa 5 C per dag) op temperatuur wordt gebracht totdat de maximale temperatuur is bereikt. Vervolgens wordt dit eveneens (circa 5 C per dag) afgebouwd totdat deze weer uitgeschakeld is. Tijdens het leggen van de vloer blijft de vloerverwarming uitgeschakeld. Nadat de vloer gelegd is mag de vloerverwarming na 5 dagen in gebruik genomen worden.

Bij natte vloerverwarmingssystemen is het belangrijk dat de doorstroomtemperatuur van het water niet te hoog wordt zodat de maximale temperatuur (27 C) van de dekvloer overschreden wordt.